thermoregulatie

“De waarom” we onze paarden een 24/7 buitenleven moeten aanbieden met meer dan voldoende ruwvoer i.p.v. ze zogenaamd te beschermen met goedbedoelde dekens.

Alvorens ik dit stukje verder uit ga schrijven wil ik dat je weet, dat ook ik ooit anders handelde en ook mijn paarden in de winter in een dikke laag stro op stal stonden met allemaal een mooie jasje aan. Ik was me toen nog totaal onbewust van al hun natuurlijke behoeftes. Nu weet ik wel beter en neem ik de volledige verantwoordelijkheid om onze kudde zoveel mogelijk het gevoel te geven om echt paard te mogen zijn. In mijn ogen hoort hier een natuurlijke eigen gemaakte jas bij, die geheel aanblijft zolang het voor het winter seizoen nodig is. – Claire Schroijen, Paard in Lymfeland

Weinig paardeneigenaren zijn zich bewust hoe goed paarden zich eigenlijk kunnen aanpassen / om kunnen gaan met koude temperaturen, zolang de randvoorwaarden maar op orde zijn. Om als zoogdier te kunnen overleven wordt de interne lichaamstemperatuur binnen een zeer smal bereik gehouden. Als de temperatuur deze limieten boven of onder overschrijdt, werken de chemische reacties op cellulair niveau onmogelijk naar behoren. Of ze stoppen zelfs helemaal met werken. Schommelingen buiten het normale temperatuurbereik leiden tot gezondheidsproblemen of  zelfs de dood. Volwassen paarden houden hun lichaamstemperatuur op een bereik tussen de 37,2 en 38 ° C. Voor jonge veulens maar ook voor drachtige en lacterende merries ligt de normale lichaamstemperatuur gemiddeld zelfs iets hoger. Er wordt geschreven dat een paard zich hetprettigst voelt bij temperaturen tussen de -5 en 15 graden.

EVOLUTIE: In de loop van de evolutie heeft het wilde paard zich over de hele wereld verspreid. Waar ter wereld ze ook leven, het paard werd blootgesteld aan voortdurend veranderende temperatuur – door een dag / nachtritme of het ritme van een seizoen. Maar ook nu overleven wilde engedomineerde paarden perfect alle omstandigheden waaraan de natuur ze blootstelt. Of het nu de woestijnen zijn of het noorden van Europa, het paard wordt blootgesteld aan alle veranderende natuur elementen – wind, zon, regen, sneeuw, wisselende temperatuur, etc.

Op genetisch niveau is het gedomineerde paard nog hetzelfde als het wilde paard: het heeft nog steeds dezelfde vaardigheden en ‘moet overleven’. Ons gedomineerde paard is nog steeds in staat om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Dit doet een paard door zijn natuurlijke thermoregulerende eigenschappen toe te passen. Enkel heeft het hiervoor wel de juiste omstandigheden nodig, oftewel dient het paard een bewegingsvrijheid van 24u per dag te hebben, er dient altijd toegang te zijn tot gezond voedsel, contact met zijn soortgenoten, een goede hoefverzorging en beschutting waar het paard vrij in en uit kan lopen.

Het paard heeft van nature geen behoefte om op zoek te gaan naar afgesloten schuilplekken en of grotten, het is immers een vluchtdier en wil overzicht kunnen behouden. Daarbij heeft het paard in de natuur ook geen behoefte om zich te bedekken met materialen om zichzelf te beschermen tegen de veranderende weerselementen. Met alle goede bedoelingen van dien, worden door velen eigenaren paarden menselijk eigenschappen toegekend; oftewel opgesloten in stallen, zonder sociaal contact, dragen velen paarden hoefijzers, soms krijgen ze zelfs voer waar we vraagtekens bij neer kunnen zetten. Ze worden geschoren, geknipt en vervolgens krijgen ze een jas aan.

Zouden deze paarden dan nog wel hun natuurlijke thermo regulerende eigenschappen kunnen toepassen? Zoals het van nature bedoeld is?

Hoe werkt dit thermo regulerend mechanisme van het paard eigenlijk en wat zijn de gevolgen van onze goed bedoelde onnatuurlijke acties? Ten eerste is het belangrijk om bewust te worden dat de thermo regulerende factoren zoals de huid en vacht zéér goede isolatoren zijn. Voor paarden is het veel gemakkelijker om op te warmen bij koude weersomstandigheden dan om af te koelen bij warmte (of af te koelen na een intensieve training). Paarden zijn ontwikkeld om goed met koude temperaturen om te gaan. De huid van het paard is verantwoordelijk voor veranderingen in de buitentemperatuur voor zowel de bescherming van de binnenkant van het lichaam als de buitenkant. Daarbij is de huid verantwoordelijk voor de afvoer van de interne warmte om te voorkomen dat het lichaam oververhit raakt. Het thermo regulerende mechanisme van de huid bestaan uit vier belangrijke factoren nl; huid, vacht, slagaders en zweetklieren, hiervan zijn er drie verantwoordelijk voor het warm houden van het paard bij koud weer.

1. De huid zelf werkt als een isolerende laag door zijn relatieve dikte.De vachtisolatie hangt af van de diepte en dikte van de haar laag, de windsnelheid en de temperatuur- en vochtigheid gradiënten in de vacht. Bij paarden verandert de vacht twee keer per jaar door de daglengte (lichtperiode)

2. De vacht kan zich aanpassen aan de verschillende basistemperaturen behorend bij het betreffende seizoen. Sensoren in de huid van het paard reageren op veranderingen van de lichtlengte overdag. Het paard is bv. klaar om zijn winterjas te laten groeien direct na de zomerzonnewende, wanneer de dagen weer korter worden. Het paard is klaar om zijn winterjas in te ruilen voor een zomerjas direct na de winter zonnewende, wanneer de dagen weer langzaam langer beginnen te worden. Daarbij heeft de omgevingstemperatuur ook invloed op de haargroei. Koudere klimaten produceren dikkere en langere vachten bij paarden dan paarden die leven in warmere klimaten. De vachtgroei wordt daarbij ook beïnvloed door enkele andere factoren, zoals het ras maar ook de voeding speelt een zéér belangrijke rol.

Het paard kan zijn vacht laten groeien, maar het kan ook het haar in de vacht verhogen, laten zakken of zelfs in verschillende richtingen draaien. Dit wordt mogelijk gemaakt door haar spieren. Op deze wijze verhoogt of verlaagt het paard de dikte van de isolatielaag en varieert op efficiënte wijze de hoeveelheid luchtstroom naar het huidoppervlak. Haren van de vacht zijn tevens bedekt met een vettige substantie, dit zorgt ervoor dat het paard minder nat wordt op de huid met regenachtige of besneeuwde dagen. De vacht heeft namelijk een waterafstotend effect door dit vet. Water stroomt dan ook langs de buitenharen zodat de diepere vacht droog blijft. Hoe langer de vacht, hoe minder kans dat er water op de huid komt.

Door het regelmatig, goed bedoeld poetsen van ons als mens wordt de vettige substantie dan ook verwijderd en dus het waterstotende effect aangetast. Het is voor de vacht van het paard zelfs nuttig om lekker door de modder te rollen. De modder heeft namelijk een beschermend effect op het lichaam, het helpt tegen diverse soorten insecten maar het werkt ook verkoelend op warme dagen. Het is wellicht onnodig om nog te vermelden dat ondanks het zeer populair is, het knippen en scheren van de vacht de thermo regulerende factoren van de vacht ‘volledig elimineert’.

3. Slagaders in de huid; door middel van spieracties, ook wel vasoconstrictie of vasodilatatie genaamd, kunnen slagaders in de huid worden vernauwd of vergroot, hierdoor wordt de bloedstroom naar de huid geregeld. Door het vernauwen van de bloedvaten door de aanwezige spieren wordt inwendig warmteverlies voorkomen. Door het verwijden van de bloedvaten word het mogelijk gemaakt dat het lichaam juist kan afkoelen.

4. Zweetklieren; het paard gebruikt zweetklieren om af te koelen op een moment dat externe of interne temperaturen te heet zijn. Door verdamping van lichaamsvocht vindt er afkoeling plaats. Het paard stopt met het afscheiden van zweet zodra de interne lichaamstemperatuur de norm heeft bereikt. Daarna moet het snel drogen, omdat anders de koeling zou doorgaan en de lichaamstemperatuur onder de normale grenzen zou komen. Een zweterig paard is in staat om zijn vachtharen in verschillende richtingen te draaien om zo onderkoeling te voorkomen. Het paard zoekt hierbij vaak een winderige plek op om zichzelf zo effectief en snel mogelijk te drogen.

Naast bovengenoemde belangrijkste factoren van het thermoregulatie mechanisme van de huid bekijken we ook nog enkel anderen thermoregulatie mechanismen die beschikbaar zijn voor het paard.

ACTIVITEIT: De motorische activiteit van wilde paarden in de winter vermindert in vergelijking met de zomer. Verminderde activiteit in de winter houdt verband met een verlaagde buitentemperatuur en daarmee een vermindering van de internet warmteproductie en energieverbruik. De aanpassing van het verminderen van activiteit helpt wilde paarden om de energie uitdaging van de winter aan te gaan. We kunnen soortgelijke vermindering van activiteit in de winter waarnemen bij gedomesticeerde paarden die op een natuurlijke wijze worden gehouden. Hoewel de gedomesticeerde minder worden uitgedaagd om in de winter in dezelfde mate naar hun voedsel te zoeken heeft de vertraging in hun activiteit hetzelfde doel als bij de wilde paarden. Het verminderen van energieverbruik i.v.m. de kou. Het behoort dus een normaal ritme te zijn om het paard in de winter minder te trainen vanwege de aanpassing in hun thermo regulatie. Voor het algehele welzijn van je paard is het dus af te raden om paarden in de winter krachtig te trainen.

Samen met een algemene vermindering van de activiteit in de kou, laten paarden korte sessies zien van onrust en bewegingsactiviteit, dit gebeurd tijdens plotselinge acute koude periodes en of onrustig weer. Kortdurende beweging is een noodzaak tot andere factoren van hun thermoregulatiesysteem zich hebben aangepast aan de nieuwe temperatuur omstandigheden.

HOEVEN: Een constante temperatuur in de hoeven is nodig voor een goed werkend metabolisme. De harde hoefcapsule zelf heeft isolerende eigenschappen. Door de werking van het hoefmechanisme, het vergroten van de hoef bij het neerzetten en het verkleinen van de hoef bij het optillen komt er als bijproduct warmte vrij. Dit zorgt ervoor dat de hoeven op temperatuur blijven. Het dragen van hoefijzers benadeeld de werking van het hoefmechanisme. Idealiter in deze is dan ook weer dat paarden onbeperkte mogelijkheden tot bewegen hebben. Daarbij zien we bij de paarden die wel hoefijzers dragen in de tijden van sneeuw dat dit zich ophoopt als ballen onder de hoeven wat tot gevaarlijke situaties kan leiden. Bij onbeslagen paarden smelt deze sneeuw weg.

NABIJHEID VAN EEN KUDDEGENOOT(EN): Soms zien we paarden dan ook heel dicht bij elkaar staan of soms zelfs liggen, op deze wijze verminderen ze warmteverlies via straling. Door een dergelijke nabijheid tot elkaar wordt het lichaamsoppervlak minder blootgesteld aan de externe omgeving. Tegelijkertijd kunnen dieren die om een of andere reden onvoldoende individuele interne warmte produceren op deze manier gebruik maken van de nuttige warmte van een kudde genoot.

VOEDING: De hoeveelheid vet in het paarden lichaam is ook een belangrijke factor van de thermoregulatie. Omdat vet, naast de energiereserve van het lichaam, drie keer meer isolerend is dan andere weefsels dit komt voort uit de lage warmtegeleiding en slechte bloedtoevoer. Het is dus essentieel dat een paard voor de winter een goede vetlaag heeft. Wilde paarden en natuurlijk gehouden paarden behouden het natuurlijke ritme van gewichtsverandering gedurende het hele jaar, dit betekend dat hun gewicht tegen de herfst met een circa 20% is toegenomen.

Meestal kunnen we in de winterperiode zien dat gedomesticeerde paarden met een dikkere vetlaag in hun lichaam een relatief kortere winterjas hebben dan paarden met minder vetreserves. Hierbij vergelijken we dan we dezelfde rassen en dezelfde lichaamsscores. Vet wordt ook gelijkmatiger over het lichaamsoppervlak verdeeld in koude omstandigheden in plaats van geconcentreerd in bepaalde gebieden zoals in warme omstandigheden.

In dezelfde omstandigheden gehouden, hebben kleinere paardenrassen een langere / dikkere vacht in vergelijking met grotere paardenrassen. Bij veulens zien we tevens een typische dikkere vacht. Dit hangt samen met de systematische veranderingen in lichaamsverhoudingen met toenemende lichaamsgrootte, ook allometrie genoemd; het (nog) in onbalans toenemen van een morfologische variabele met het lichaamsgewicht. Veranderingen treden op naarmate de paarden groeien en zich ontwikkelen.

In het algemeen heeft een groter paard oftewel een groter lichaam een voordeel met betrekking tot thermoregulatie bij koude temperaturen. Grote paarden hebben meer oppervlakte en meer lichaamsmassa waardoor ze minder snel warmte verliezen in vergelijking met kleinere paardenrassen.

Naast de lichaamsgrootte, vermindert een bolle lichaamsvorm de verhouding oppervlaktegebied tot lichaamsmassa. Daarom hebben paardenrassen van het noordelijke type over het algemeen een zwaarder en ronder lichaam met kortere benen die ook nog eens goed worden beschermd door een dikkere vacht, meer of dikkere manen en meer beharing bij de kogels. Hierdoor zijn ze beter in staat meer lichaamswarmte vast te houden en kou te verdagen.

Toenemende voeropname verhoogt de warmteproductie in het lichaam van het paard. Dit hangt samen met het feit dat het proces van het verteren van lange vezels warmte produceert als bijproduct. Het is belangrijk dat elk paard / pony 24 uur per dag onbeperkt toegang heeft tot gras en of hooi, maar denk ook aan diversiteit door het met regelmaat aanbieden van diverse takken (denk hierbij bijvoorbeeld aan wilg, berk en hazelaar). Zeker bij koud weer moeten paarden ten alle tijden de mogelijkheid hebben om hun warmteproductie te verhogen door het consumeren en verteren van lange vezels. Zeker wanneer sommige van de andere thermo regulerende mechanismen nog onvoldoende zijn aangepast en er plotseling veranderende weersomstandigheden zijn zoals een snelle temperatuurdaling.

Er is waargenomen dat paarden circa 0,2 tot 2,5% meer energie nodig hebben voor onderhoud per daling van 1 graad Celsius in de buitentemperatuur onder hun lagere kritische temperatuur (Young Coote 1973) Een lagere kritische temperatuur is weer afhankelijk van het ras maar ook het tijdstip van het jaar en is tevens afhankelijk van vele andere thermo regulerende en omgevingsfactoren.

Kleinere paarden hebben een grotere lagere kritische temperatuurwaarden, wat betekent dat hun warmteverlies relatief groter is dan voor grotere paarden. Kleine paarden hebben dus naar verhouding meer extra voer nodig. Oftewel, hoe groter de lagere kritische temperatuurwaarde – hoe meer warmteverlies het dier ervaart. Kleine paardenrassen verliezen meer warmte dan grote paardenrassen bij dezelfde temperatuuromstandigheden. Grotere paardenrassen blijven dus warmer bij koud weer.

ZONNESTRALING: Door de lichaamshouding en -oriëntatie te veranderen, kunnen paarden de geabsorbeerde zonnestraling verhogen om als een extra warmtebron te gebruiken. Sommige paarden houden er zelfs van om te zonnebaden onder de directe winterse zon. Zodra de zon weer ondergaat gaan ze weer verder met eten. Op deze manier laden ze zich op met zonne-energie, dit helpt hen om warm te blijven zonder het gebruik van eigen lichaamsenergie.

REGEN: Het lange winterhaar zorgt ervoor dat bij regen het water langs het lange winterhaar omlaag stroomt. Hierdoor blijft de wintervacht droog.

RILLEN: Onder extreme omstandigheden kan warmte in het paardenlichaam worden gegenereerd door te rillen. Tijdens het rillen wordt er snel warmte geproduceerd, dit gebeurd doordat spieren ATP af breken. Rillen is meestal een acute reactie op plotselinge blootstelling aan kou, of soms treedt het op tijdens langdurige perioden van blootstelling aan kou bij regenachtig weer. Bij gezonde dieren wordt rillen vervangen door normale interne warmteproductie als ze zich aanpassen aan de nieuwe weersomstandigheden.

SCHUILEN: Op regenachtige, winderige dagen zien we de paarden staan met hun staart naar de wind en hun hoofd laag. Op deze manier houden ze op een effectieve wijze hun lichaam uit water en wind. De staarten dienen hierbij om hun uiteinden te beschermen. Wanneer er bomen en of heuvels aanwezig zijn gebruiken paarden deze wel eens om zichzelf te beschermen van de wind. Echt schuilen in de vrije natuur doen paarden enkel bij enorme hitte voor de dan aanwezige insecten, paarden zoeken in deze periodes schuilplekken en of bomen op om in de schaduw te kunnen gaan staan.

© Earth Shots

© Earth Shots

SNEEUW: De functie van sneeuw, in de winterperiodes zien we sneeuw op de paardenruggen liggen, deze speelt een nuttige rol als extra beschermlaag tegen inwendig warmteverlies.

GEVOLGEN BEZWEET OP STAL STAAN: Een probleem wat zich kan voordoen met een bezweet paard in een afgesloten ruimte (stal) is dat de lucht rondom het paard verzadigd wordt en het drogen hierdoor veel langer duurt dan normaal omdat de vochtige lucht geen vocht meer kan opnemen. Een mogelijk gevolg hiervan is dat het paard onderkoeld raakt en een interne stoornis opstart zoals bv. koliek.

GEVOLGEN GEBRUIK DEKENS: Door dekens te gebruiken kan de thermo regulatie van een paard een complet chaos worden. Het paard probeert namelijk delen van het lichaam op te warmen die zijn blootgesteld aan de kou (zoals hoofd, nek, benen en buik). Terwijl op de plek waar de deken ligt dan juist verhitting plaats vindt. Het paard kan de hitte in geselecteerde delen van het lichaam onmogelijk verhogen. Immers, het hele lichaam koelt af OF het hele lichaam warmt op. Zweten onder een deken is metabolisch gezien een veel groter probleem dan velen mensen zich realiseren.

Let daarnaast op dat je juist de tijd neemt om een paard een deken op te doen!  Als er stoom van je paard afkomt dan heeft hij het warm en is een deken zeker overbodig. Je helpt je paard dan om nog wat beweging te geven in stap of draf, zodat het lichaam eerst goed de warmte kwijt kan voordat het paard een deken op krijgt.

NOG MEER GEVOLGEN: Paarden die gehouden worden op stal missen de activiteit van het thermo regulerende mechanisme. Deze paarden hoeven geen haarspieren te trainen, slagaders te verwijden of vernauwen, zweetklieren te activeren of gezonde vetreserves aan te maken om later weer gebruik van te kunnen maken. Als een paard als deze plots wordt blootgesteld aan de kou kunnen deze de noodzakelijke thermo regulerende mechanisme onmogelijk activeren. Het gevolg hiervan is dat de interne lichaamstemperatuur te laag wordt wat kan leiden tot diverse verstoringen in de metabole processen. Dit kan bijvoorbeeld de productie van witte bloedcellen en antilichamen negatief beïnvloeden of zelfs uitschakelen. Het resultaat is een gestrest paard met een ziekte of infectie(s). Een bijgevolg hiervan is dat ziektekiemen en of virussen in het lichaam een perfecte gelegenheid krijgen om zich te vermeerderen.

Naast het feit dat de natuurlijke thermo regulerende mechanismen alleen volledig kunnen worden benut wanneer een paard in zijn soort-passende leefomstandigheden wordt gehouden, is er een angst- en stressfactor die paarden onvermijdelijk ervaren wanneer ze worden afgesloten van hun natuurlijke basisbehoeften. (het op stal staan, gescheiden zijn van soortgenoten, gedwongen om te presteren, gebrek aan continuïteit van vezelopnames enz.) Door deze stress zijn ze ook minder goed bestand tegen de kou.

We weten inmiddels dat stress het immuunsysteem verzwakt. Wanneer een paard veel stress ervaart is het uitgesloten dat het lymfesysteem optimaal zijn werk kan doen, hierdoor zal er zich meer afval ophopen in het lichaamswater van het paard, dit verzwakt weer het zelf genezend vermogen en het paard wordt gevoelig voor tal van ziektes.

Versterk het immuunsysteem van jouw paard door deze het leven te geven wat ontworpen is door moeder natuur.

LYMFE-LINK: Lymfebanen bevinden zich met name net onder de huid en hebben een hekel aan druk, laat staan van constante druk van een deken. Velen paarden die dekens dragen hebben schuurplekken van onjuist passende dekens. Dit is vaker te zien voor op de borst maar ook bij de schoft, soms zie je bij donkere paarden dat hier juist witte haartjes ontstaan.

De onderliggende lymfebanen ervaren hierbij stress van de deken die over de huid heen schuurt. Wellicht heb je zelf wel eens een schuurplekje opgelopen van een etiket in je trui, dan weet je hoe onprettig dit is.

Ben jij geïnspireerd geraakt en gun jij ook jouw paard een natuurlijke zelfgemaakte winterjas? Dan is dit een mooi voornemen voor het volgende winterseizoen. Je wil natuurlijk voorkomen dat paarden die dit seizoen nog zijn geschoren en onder dekens staan opeens ‘bloot’ buiten worden gezet.

Claire: “Het is onvoorstelbaar mooi om te zien hoe onze paarden zo goed voor zichzelf kunnen zorgen. als de randvoorwaarden waar wij verantwoordelijk voor zijn maar op orde zijn. Kortom; een 24/7 buitenleven met een schuilplek, voldoende gras, hooi en met regelmaat wat diversiteit in de voeding d.m.v. takken, bladeren, kruiden enz.. Daarbij natuurlijk een goede watervoorziening en een sociaal leven in een kudde.

En natuurlijk zijn er uitzonderingen, denk aan de oudere paarden die door hun leeftijd en of ziektes een lagere weerstand hebben gekregen. Doe dan ook altijd wat goed voelt voor jou en je paard.